wapenschild Den Besten



Preambule
De zoektocht naar Adam Jansz/Janse de(n) Beste(n) duurt voort. Deze zoektocht is bijna een genealogie op zich! Diverse mensen zijn hier (al jaren) mee bezig (geweest). Het is een raadsel waar de genealogische gemeenschap en wetenschap zich eigenlijk collectief over zou moeten willen buigen. Een 'cold case' uit het verleden waarbij mogelijkheden die de hedendaagse informatiemaatschappij kan bieden transparant en gezamenlijk benut behoren te worden, in plaats dat genealogen elkaar 'beconcurreren' met publicatiedrang als Leitmotiv.

Een collectieve aanpak van de zoektocht naar Adam zou, behalve hopelijk nieuwe informatie omtrent zijn persoon, ook nieuwe methodologische informatie kunnen opleveren zodat hiermee andere cold cases (uit hetzelfde tijdvak) opgelost kunnen worden zodat hiermee de genealogische wetenschap verrijkt wordt.

Adam Jansz zal echt niet de enige persoon zijn die opeens rondom 1705 'uit de lucht is komen vallen'.

Het is een beetje analoog aan het oplossen van een moord waarbij met name motieven gezocht en onderzocht behoren te worden. Want, 'zonder motief geen moord' (wat dus wat anders is dan doodslag). Daarnaast geldt, net als binnen de forensische wetenschap, het adagium: “Een dader laat sporen achter, maar er zitten dan ook sporen op de dader.”

Het blijft vreemd dat er rondom de 'persoon' Adam Jansz geen 'sporen' zijn gevonden, nochtans dat er sporen naar hem leiden, anders dan de (onder)trouwakten. Tenzij ... deze sporen bewust zijn gewist!

Een ding is zeker, er is geen sprake van een 'onbevlekte ontvangenis' van Trijntje ;-)

Disclaimer
Er zijn vele theoriŽn, speculaties en verhaallijnen rondom 'de persoon' Adam Jansz de(n) Beste(n).
Over sommige speculaties zou je een boek kunnen schrijven of film kunnen maken!

In het nuvolgende betoog doe ik (Remco) een duit in het zakje en kom tot een alternatieve redeneerlijn.


Wat weten 'we' van Adam Jansz/Janse de(n) Beste(n)?

Henk Morien:
"De doop van Adam is niet te vinden in de Alblasserwaard, niet in Linschoten, noch in Oudewater.
Op de Heijns-CDROM komt hij niet in voor. Het boek van Heijns is nog voor de zekerheid nagekeken. Tevens is in de gezinsconstructies tot ca. 1700 gezocht.
Adam kan, gezien zijn ondertrouw aldaar, in Oudewater zijn geboren.

Adam en Trijntje trouwen op 22 november 1733 te Langerak.

Bij de gereformeerde dopen is Adam niet gevonden. Adam kan ook katholiek zijn. Deze katholieke doopboeken zijn er van 1673-1700 en 1709-1811. Als hij katholiek zou zijn dan zal hij mogelijk net in de periode zijn gedoopt waar geen doopboeken van zijn. Na 1709 is nog wel gekeken. Het zou net kunnen wat Adams leeftijd betreft, maar daar is hij ook niet gevonden.

Adams vader zou Jan (gezien de Janse/Jansz) kunnen heten, geboren ca. 1675 (schatting). Mogelijk heet Adams moeder Anna of Anna Katarina, gezien de vernoemingen van de kinderen van Adam en Trijntje. Teunis en Ariaantje zijn duidelijk vernoemingen naar de ouders van Trijntje Teunis Adriaanse Rietveld.

Er is geen huwelijk van een Jan den Besten gevonden in Oudewater.

Er zijn meerdere onderzoeken naar deze stamreeks geweest en lopen allemaal bij Adam vast."


Goed, er is tot op heden geen doop van een Adam den Besten gevonden.

Adam 'hokte' in 1733 met Trijntje Rietveld 'in de Linschoten', een buurtschap van Oudewater dat tussen het dorp Linschoten en de stad Oudewater lag.

Trijntje is in Langerak gedoopt (gereformeerd) op zondag 20 oktober 1709.

Er is nog iets meer bekend. Recent kreeg ik een notariŽle akte waarin staat dat o.a. Adam met enkele leden van zijn schoonfamilie en andere personen 3 morgen (ca. 1 hectare) grond verkoopt.

RA 35 transporten 1741/1763
7-7-1746
Arij Rietveld en Willem Rietveld broers, Arij Willems, Adam den Besten, Bastiaen Swijnenburg en Pieter van Dijk (met volmacht van zijn broer Arij van Dijk), verleden voor notaris Guldemond te Ouderkerk a/d IJssel op 17-9-1743. Verkopen, transp. aan de broers Hermen Horsman en Jan Horsman 3 mrg. in het leegweer onder Langerak voor f 110,-. oostw. Dirck Willems en westw. Aert Aerts

De ondertrouwakte nader onder de loupe genomen.
Adam en Trijntje zijn, als op vrijdag 30 oktober 1733 ondertrouwd, ingeschreven in een nederduits gereformeerd trouwboek van de Oudewaterse kerk. Gebruikelijk werd daar op vrijdagen (een enkele keer een zaterdag) in ondertrouw gegaan.

Wat mij opvalt, is dat Adam wordt ingeschreven als jongeman (J:M:) 'in de Lintschooten' en niet jongeman van of tot Lintschooten, of gebooren tot of woonende tot Lintschooten.

Als je 'in iets' woonde was dat 'iets' wat anders dan wanneer je 'tot' iets woonde.
'Tot' leek gebruikt te worden als duiding van een specifieke plaatsnaam, dorp of stad.
'In' gebruikte je voor iets wat minder duidbaar was, maar wel een identiteit had.
Door het boek bladerende, valt te lezen dat je woonde 'in Benschop', 'in Oost Indien', 'in 't land van Vliet' (een heerlijkheid). Maar je kwam weer 'uijt de Stigtse Meijen'.
Je krijgt een beetje het gevoel dat wanneer 'iets' niet ontegenzeggelijk gereformeerd was dat dan de term 'in' werd gebruikt.

Bij Trijntje staat keurig dat zij was gebooren tot Langerack. Hoe kwam de scribent aan deze informatie? Vroeg hij dat zelf tijdens het ondertrouwritueel? Of wist hij het al, onder het mom 'ons kent ons'? En waarom wist hij het van Adam dan niet en/of vroeg hij niet waar hij was geboren of woonde? Kennelijk was voor de inschrijver de duiding 'in de Lintschooten', voldoende. In de trant van 'oh, daar heb je er weer zo een die 'daar' vandaan komt'.

Op basis van andere inschrijvingen kan geconcludeerd worden dat 'in de Lintschooten' niet betekent dat je ook 'van', 'uit' of 'tot' Linschoten (het dorp) kwam, daar dus geboren was. De schrijver hanteert wel een aparte spelling van 'in de Lintschooten' (google kent deze spelling b.v. niet). Op 2 november 1730 wordt een Cornelis Thijsse Dershuijs een j.m. 'in de Lindschooten' ingeschreven. Op 29 maart 1731 net zoiets, maar dan 'in de Linschoten'. Waren dat wellicht dagloners of seizoensarbeiders?

De (Lange) Linschoten was/is een buurtschap van Oudewater alwaar Adam en Trijntje van juli - oktober 1733 vertoefd moeten hebben. Er werd daar veel hennepteelt bedreven, evenals in in de buurt van Langerak.

Op basis van het (belabberde!) handschrift van de inschrijver valt te herleiden dat Adam als den Besten is ingeschreven.

Al bladerend door het (onder)trouwboek valt met een oogopslag te zien dat nagenoeg iedereen erg trouw is aan deze kerk want de stellen trouwen later veelal ook 'alhier'.

Adam en Trijntje lijken een relatieve anomalie door niet 'alhier' te trouwen.
Er wordt geen melding gemaakt van attestatie, dus niet iets van 'met attestatie na Langerack'.
De schrijver weet echter wel dat ze 'tot Langerack getrouwt' zijn. Heeft hij dit later opgeschreven of gelijktijdig met de ondertrouwtekst?

Ik zie in dit (onder)trouwboek van Oudewater geen trend die appelleert aan het 'gebruik' dat ondertrouw geschiedt in de geboorteplaats van de (aanstaande) bruidegom. Iets anders is dat ondertrouwen wel werden geregistreerd in de geboorteplaats van de bruidegom. Als voorbeeld moge de ondertrouw van Doctor Martinus Maas op 23 oktober 1732 dienen. Hij komt 'van Oudewater' en gaat in ondertrouw en trouwt in Enchuijsen, de woonplaats van zijn 'Lustige Witwe'.

Alhoewel ik geen trouwboekexpert ben, lijkt mij dit niet een trouwboek te zijn dat geografisch 'dicht bij de huwelijkshandelingen aanwezig was'. Er zitten soms chronologische anomalieŽn in die ik niet anders kan verklaren dan dat informatie door tussenkomst van een andere administratie of andere personen tot de daadwerkelijke schrijver van dit trouwboek kwam. Opvallend is dat deze anomalieŽn heel vaak in de laatste helft van de maand oktober zitten. Het lijkt wel alsof de schrijver dan vaak weg of met andere dingen bezig is (geweest) en inschrijvingen van enkele weken ervoor moet 'inhalen'.
De ondertrouw van Adam en Trijntje is precies in deze 'rommelige periode'.

Voor mij is het dus niet 100% zeker of Adam en Trijntje ook 'fysiek' in Oudewater zijn ondertrouwd, noch dat Adam in het dorp Linschoten woonachtig en/of geboren was.

De trouwakte.
Adam en Trijntje huwen op zondag 22 november 1733 voor het gerecht in Langerak, ook wel 'schepenbank' genoemd. Er zijn signalen dat dit gerechtelijke huwelijk in Groot Ammers is voltrokken maar op basis van de DTB-boeken uit het Nationaal Archief is daar geen bewijs van. In het Nationaal Archief wordt voor de gerechtelijke archieven van Groot Ammers verwezen naar Langerak. Er is informatie dat in die tijd de 'ambtenarij' (de griffier b.v.) zowel voor Groot Ammers, Nieuwpoort als Langerak werkt. Van een kerkelijk huwelijk in Langerak op dezelfde dag heb ikzelf (nog) geen bewijzen gezien. In het trouwboek van Groot Ammers komt het stel op 22 november 1733 niet voor.

Van Langerak zijn mij geen kerkelijke trouwboeken bekend, alhoewel daar wel een kerk is.
Er is
informatie dat er in 1733 in Nieuwpoort niet gereformeerd werd getrouwd omdat 'Anno 1733 vacant was deze plaatse'. Er zal daar toen geen ouderling, diaken of dominee geweest zijn?
Uit een andere bron valt te halen dat er in 1733 in Nieuwpoort wel gereformeerd getrouwd werd.

Trijntje krijgt vijf kinderen waarvan Johannes de oudste is. Waarschijnlijk is Johannes vernoemd naar Adams vader die dan 'Jan' zou moeten heten. Alle navolgende kinderen zijn -op een of andere manier- vernoemd naar Trijntjes familietak en schijnen op jonge leeftijd gestorven te zijn.

Johannes, Adams eerste zoon, wordt op zondag 4 april 1734 in Langerak gereformeerd gedoopt. Getuige was een zekere Antje Wouterse. Ten tijde van de ondertrouw was Trijntje dus meer dan drie maanden zwanger. Na >3 maanden is een zwangerschap bij een gemiddelde vrouw veelal zichtbaar. Vaak werd er in die tijd besloten om te trouwen wanneer er sprake was van een zwangerschap. Een soort van 'prestatie-indicator' van de (aanstaande) vrouw opdat nageslacht was zeker gesteld.

Teuntje den Besten-Fuijk (de vrouw van Johannes) raakt drie keer zwanger.
Gijsbert is het tweede kind en de eerste en enige zoon.
Volgens de zgn. 'vernoemingsregels' zou Gijsbert dus eigenlijk Adam moeten heten. Maar, het kan zijn dat de vader van Teuntje al was overleden en Adam nog in leven was. Er zijn tradities dat in zo'n geval de eerste zoon werd vernoemd naar de vader van moeders kant.
Dit geldt dan wel voor de noordelijke delen van Nederland.

Als waar zou zijn dat Adam en Trijntje fysiek op 30 oktober 1733 in Oudewater in ondertrouw zijn gegaan dan moeten Adam en Trijntje vrijwel direct daarna een reis van Oudewater naar Langerak hebben gemaakt om zich daar te vestigen. Het is niet zo dat men toen de auto of de fiets pakte. Dat moest je, gezien de afstand, plannen en regelen, zeker als je huisraad e.d. wilde meenemen.
Feit is wel dat alle kinderen van Adam en Trijntje in Langerak zijn gedoopt. De vroege generaties daarna woonden in de vestingstad Nieuwpoort, direct naast Langerak. Zou er door de veerman tussen Schoonhoven en Langerak misschien een 'veerboek' zijn bijgehouden?

Het 'wemelt' in de Alblasserwaard van de Den Bestens, zeker in Langerak e.o.

Op basis van deze (summiere) informatie zijn wel wat vragen te formuleren.

Als Adam en Trijntje 'in de Linschoten' wonen, waarom gaan ze dan in ondertrouw in Oudewater?
Ze hadden toch ook in Linschoten in de St.Janskerk kunnen ondertrouwen bijvoorbeeld?

Alhoewel ik daar geen bewijzen voor gevonden heb in deze casus, wordt er door velen gesteld dat traditioneel de ondertrouw plaatsvond in de geboortestad van de bruidegom.
Het huwelijk werd vervolgens voltrokken in de geboorteplaats van de bruid.
Van het laatste deel van deze traditie zijn bewijzen in de vorm van een doopakte van Trijntje uit 1709 en de gerechtelijke huwelijksakte van Adam en Trijntje op 22 november 1733 in Langerak.

Van het eerste deel van de redenatie, de ondertrouw, is alleen bewezen dat de ondertrouw is ingeschreven in een DTB-boek 'de kerck van Oudewater'. Dit was in die tijd een protestantse kerk.
Er is dus sprake een geregistreerde gereformeerde en dus 'wettige' ondertrouw. De keuze voor Oudewater is logisch omdat het stel 'in de Linschoten' vertoefde, een buurtschap van Oudewater.

Oudewater had ook een heksenwaag. Al in de 17e eeuw vonden wegingen plaats. Toen was dat van levensbelang want mensen werden beschuldigd van toverij en belandden op de brandstapel. Keizer Karel V gaf Oudewater als enige plaats in Europa het privilege voor een eerlijk weegproces. Alhoewel er wordt gesteld dat niemand dŠŠr tot heks is veroordeeld, valt elders te lezen dat in 1605 de allerlaatste heks in Nederland is verbrand. Ten tijde van de ondertrouw was de heksenwaag actief en er was een administratie van de gewogenen. Is daar al eens in gekeken?

Maar waarom trouwen Adam en Trijntje dan in Langerak voor het gerecht?
Destijds was een protestants kerkelijk huwelijk 'wettig'. Op basis van de gereformeerde ondertrouw in Oudewater had het stel ook 'gewoon' in de kerk van Langerak kunnen trouwen.

Interessant is dus om te achterhalen waarom dit niet is gebeurd resp. waarom er 'voor het gerecht' getrouwd werd. Wat waren destijds overwegingen of gebruiken om voor 'het gerecht' te (moeten) trouwen?

Er bestaat een theorie dat er sprake is van een katholieke factor. Als dit zo zou zijn dan verklaart dit niet de gereformeerde ondertrouw in Oudewater. Het zou kunnen zijn dat je als katholiek destijds wellicht 'under cover' moest om te trouwen. Hoe het met het identificatie- en legitimatieproces, van de personen die het jonge bruidspaar vormden, destijds ging, is mij niet bekend.

In gebieden met kleine dorpjes en stadjes leefden de twee geloofsovertuigingen in 'splendid isolation' langs elkaar maar 'men' wist vanuit een gereformeerd perspectief maar al te goed waar 'papen' zaten en ook wie katholiek bloed had of (stigmatiserend) daarvan werd verdacht.
Maar, het kwam voor en dan staat er (soms) in trouw- of geboorteakten dat men 'paaps' was.
In die tijd en omgeving waren de katholieken 'persona non grata' en verkeerden veelal niet in de hoogste regionen van de burgerij.

Trijntje is 'gewoon' gereformeerd en gedoopt in Langerak.

Het was destijds wel zo dat wanneer je 'geld' had, je voor het gerecht (schepenbank) trouwde. Trouwen voor de schepenbank had dus status. Trouwen in de kerk alleen was voor de armen. Wanneer je gereformeerd wilde trouwen moesten wel het gerechtelijke huwelijk en het kerkelijke huwelijk op dezelfde dag voltrokken worden. Eigenlijk net als nu, je gaat eerst naar het gemeentehuis en daarna trouw je in de kerk.

Bij protestantse huwelijken is het nog immer gebruikelijk om de twee huwelijken op dezelfde dag te voltrekken. Bij katholieken kon daar (ook hedentendage) soms nog wel eens een langere periode tussen zitten, al was het alleen maar omdat er -zeker daar in de buurt- weinig katholieke kerken waren. Het dichtstbijzijnde katholieke bolwerk was volgens mij Cabauw, dat overigens vanuit Langerak binnen een dag bereisbaar zou moeten zijn. Tussen de ingeschreven ondertrouw in Oudewater en het huwelijk van Adam en Trijntje zitten drie weken.


Adam, Johannes en Gijsbert trouwden voor het gerecht, nog vůůrdat dit verplicht werd gesteld.
Ze hadden dus 'geld'? Waar kwam dat dan vandaan?

Het ook zo zijn dat het gerecht de enige plek was waar je in november 1733 kon trouwen omdat er geen gereformeerde mogelijkheden waren.

Ik kom toch wel tot de conclusie dat er sprake is van een gereformeerd stel.

Wat deed Trijntje zo ver van huis in de Linschoten (Oudewater)?
Was Trijntje samen met Adam naar 'in de Linschoten' getogen of is ze hem daar tegen het lijf gelopen?
De aanwezigheid en/of mogelijke verblijfsduur van Trijntje in Linschoten lijkt een anomalie op basis van de gemiddelde sociaal maatschappelijke en geografische dynamiek destijds. Als je gewoon burger was, werkte je in de buurt van je woonhuis of geboorteplaats op het land, was je huisvrouw, voedde je je kinderen op en waren er niet of geen aanleidingen om grote reizen te maken. Let wel, we hebben het niet over de overkant van de Lek, als in Schoonhoven of Willige Langerak, maar ca. 20 km verderop. Een hele afstand voor die tijd.

Als Adam Jansz den Besten 'uit de lucht is komen vallen', waarom nam hij dan de naam 'De(n) Beste(n) aan? Hij had net zo goed iets anders kunnen kiezen.
Namen konden in die tijd spontaan worden bedacht: 'De Beste', 'De Goede', 'Den Oudsten', etc.
Maar dat is te eenvoudig gedacht.
Er is een stamboom van Den Bestens die terug gaat naar Willem Jansz de Best(en) die in twee takken uitloopt. Een daarvan is Jan Willemsz de Best, schepen en waardsman te Langerak, ca. 1600-1620.
De andere tak is Pieter Willemsz de Best(en). In de tak van Jan Willemsz de Best komen veel op gebruikelijke wijze vernoemde Gijsberten voor, geÔnduceerd vanuit de Seger Jansz Verduijn-lijn uit Meerkerk. In de Pieter Willemsz-tak komen in het tijdvak 1600 – 1700 geen Gijsberten voor.

In Adams parenteel zitten veel Gijsberten. Dit begint vanaf de kinderen van Johannes den Besten, zoon van Adam. De naam Gijsbert kan niet zomaar uit de lucht komen vallen en het is frappant dat Adams naam 'als stamvader' in latere generaties niet meer voorkomt. Het lijkt wel alsof de naam Adam 'besmet' was en niemand met die naam geassocieerd wilde worden?
Of, was de naam/persoon Adam Jansz. gewoon verzonnen?

Er zijn zowel van Adam als Trijntje geen overlijdensdata bekend.
Adam lijkt uit de lucht te zijn gevallen en ook weer verdampt, wellicht tesamen met Trijntje?

Waarom valt Adam in (de buurt van) Oudewater uit de lucht en niet b.v. in Lutjebroekerweel?
Het gebeurde wel vaker dat personen 'opeens' opdoemden. Vaak was er sprake van een erfenis of een verloren (bastaard)zoon of achterneef die plotseling erfgenaam werd. Het zou dus maar zo kunnen dat Adam ergens in Nederland woonachtig was en 'in de Linschoten' een boerderij of huis erfde.
In dit soort gevallen zijn notariŽle akten uit Oudewater e.o. interessant studiemateriaal.
Het is mij niet bekend of er in dit soort bronnen gezocht is.

Is Adam Jansz den Besten wel de biologische vader van Johannes? 
Het proces dat tot de zwangerschap van Trijntje Rietveld heeft geleid, is dus interessant.
Was (de ontdekking van) deze zwangerschap in Langerak e.o. dermate 'beladen' dat ze daarom maar even 'uit de buurt moest' of 'verbannen' moest worden?
Laten we zeggen, aan de andere kant van de Lek op een boederij 'in de Linschoten'? 

M.a.w., wŠt maakte het dat Trijntje juist dŠŠr naartoe moest of ging?
Had iemand (een dominee b.v.) uit Langerak e.o. connecties in Oudewater (met een andere dominee)?
Of stonden 'de Linschoten' er om bekend ongewenst zwangere vrouwen te faciliteren?

Het riekt ernaar alsof er 'iets geregeld' moest worden inzake de zwangerschap van Trijntje. Ik heb hiervoor een theorette die m.i. niet in de categorie 'complot' hoeft te worden gecategoriseerd.

Tijdens mijn zoektocht naar Adam stuitte ik op de kwartierstaat Roodnat-Hoek, opgesteld door
A. Bothof (jan. 2006, Oegstgeest). In deze kwartierstaat valt te lezen:

466 Gijsbert Florisz. de Ruijter, gedoopt op 2 november 1697 te Goudriaan, zoon van Floris Cornelisz. de Ruijter (zie 932) en Willemijntje Gijsbertsdr. de Besten (de Beste) (zie 933). Hij woonde te Goudriaan. Schepen/heemraad 1733. Diaken 1733.

Gehuwd voor de kerk op 19 november 1724 te Goudriaan met
467 Hendrikje Ariensdr. Burggraaf, gedoopt op 20 april 1704 te Meerkerk, dochter van Arien Hendricksz. Burggraaf (zie 934) en Aeltje Theunisdr. Haege (zie 935).
(Bron: De Keijzer, onderzoek)

Uit dit huwelijk: Arjaantje (Ariaantje) de Ruijter (zie 233).

De lijn van Willemijntje gaat terug naar de 'welbekende' Jan Willemsz de Best. Haar overgrootvader, schepen en waardsman te Langerak, begin 1600. Willemijntje wordt in een andere (grafische) stamreeks ook Willemijntje den Besten genoemd (Bron: Heijns, p. 47, B85, Langerack, Meerkerck, Noordeloos, Goudriaen, Ottelant).

Gijsbert Florisz de Ruijter moet een bovengemiddelde invloedrijke positie hebben gehad. Hij was schepen, heemraad en ... diaken (!) ... in 1733 ... precies het jaar dat Trijntje zwanger werd en (onder)trouwde met 'Adam'.

Volgens Wikipedia (de hedendaagse waarheid komt immers van het internet ;-):

In de protestantse kerken daarentegen is een diaken iemand die gaat over de kerkelijke armenzorg. Samen met de ouderlingen en voorganger (ook wel dominee genoemd) vormen de diakenen het dagelijks bestuur (de kerkenraad) van de kerk.

Diaconie

Het college van diakenen in een plaatselijke protestantse kerk wordt wel de diaconie genoemd. De diaconie verleent zijn ondersteuning zo veel mogelijk anoniem: de gevers weten niet wie de giften zullen ontvangen. Een diaken heeft daarom ambtsgeheim, hierdoor wordt de privacy van de ontvangers gewaarborgd.”

Door zijn positie als diaken, schepen en heemraadsman had Gijsbert Florisz een groter netwerk dan de gemiddelde burger met daarbij de (rechts- en vertrouwens) positie, invloed, kennis ťn toegang tot financiŽle arrangementen om 'iets te regelen'. Helemaal als het om het proces dat tot (het genereren van) identiteiten leidt. Immers, het 'bestaan' en de 'identiteit' van mensen werd door doopakten in die tijd gewaarborgd.

Gezien de leeftijd van Gijsbert Florisz de Ruijter is het niet ondenkbaar dat hij met Trijntje 'iets heeft gehad'. Daarnaast was, vanwege het netwerk en de sociale positie, de gemiddelde geografische mobiliteit en invloed van dit soort personen of functionarissen hoger dan de gemiddelde burger of arbeider. Misschien was Trijntje wel 'dienstmaagd' bij Gijsbert Florisz?

Als blijkt dat Trijntje zwanger is, regelt Gijsbert Florisz vanuit zijn positie 'iets' dat binnen die tijd binnen de kaders van het sociaal/maatschappelijk/juridische arrangement 'acceptabel' wordt geacht.
Dit kan dus maar zo een verzonnen of 'afgestemde' identiteit zijn die hij iemand of zichzelf oplegt.
Immers, er waren naar huidige maatstaven nauwelijks middelen om te controleren of iemand tijdens de doop van een kind de waarheid omtrent zijn afkomst sprak.

Het schijnt wel zo te zijn dat, in die tijd, elk kind dat ter aarde kwam, werd 'gedoopt'/geregistreerd, ook als het een 'onegt' kind of 'bastaard' betrof.

Maar ook werden 'onwettige' kinderen 'geŽcht'. Wanneer een man vanuit een voornaam gezin een boerenmeid bezwangerde, kon er maar zo een willekeurige man van de straat worden geplukt en kreeg een zak geld in zijn handen geduwd om met de zwangere maÓtresse of prostituee te trouwen en daarmee het (aankomende) kind te 'echten'.

Het is dus niet ondenkbaar dat Gijsbert Florisz voor de vader van Johannes resp. zichzelf een identiteit bedacht om hiermee Johannes den Besten te 'echten'. Adam als eerste Bijbelse man. Als diaken had Gijsbert Florisz. deze (symbolische) naam zomaar door een ingeving kunnen verzinnen. Bijbelse Adam is immers ook 'uit de lucht komen vallen'. Jansz als onschuldige 'eerst in je hoofd opkomende naam' of wordt er opzettelijk gerefereerd naar Jan Willemsz de Best?

Den Besten is de achternaam van Gijsbert Florisz's moeder, in de wetenschap dat je 'het slimst een boom in het bos moet verstoppen', gezien de hoeveelheid Den Bestens in die omgeving en zijn 'barmhartigheid' om een identiteit aan het 'onegte' kind (Johannes dus) te geven.

Het is voor hedendaagse begrippen apart dat er in het Langerakse epicentrum van Den Bestens zich 'opeens' in november 1733 een nieuwe loot aan de stam introduceert die relatief kort daarna ook nog nageslacht (Johannes) 'meebrengt'. Misschien dat Gijsbert Florisz's moeder heeft ingestemd met de 'gijzelende gebeurtenis' inzake het bezwangeren van Trijntje en op basis daarvan haar familie/achterban heeft gemobiliseerd om zich over deze situatie te ontfermen.
Gijsbert Florisz's positie en ambtsgeheim kunnen hierbij (in financiŽle zin) geholpen hebben.

Dan zou het natuurlijk ook kunnen dat Trijntje door iemand anders zwanger is geraakt en zij (per toeval) Gijsbert Florisz ontmoette die het onschuldige of 'arme' stel wist te helpen en Adam, door middel van zijn connecties (in de omgeving van Oudewater), een identiteit gaf. Want, predikanten verplaatsten zich relatief veel en het zou maar zo kunnen dat Gijsbert Florisz op basis daarvan connecties 'uit de buurt' had.

Dit zou ook kunnen verklaren waarom 'Adam' en Trijntje voor het gerecht moesten trouwen. Hiermee zou immers de verzonnen (!) identiteit Adam Jansz den Besten voor het gerecht bekrachtigd worden, waarbij de geregistreerde ondertrouw in Oudewater als ingrediŽnt van overtuiging voor Adams bestaan of identiteit gold. Voor trouwen voor het gerecht had je wel 'geld' nodig. Dit zou vanuit een diakonaat gesponsord kunnen zijn.

Willemijntje den Besten kan ook nog over de schreef zijn gegaan en dat Adam geŽcht moest worden.

Dan even naar Gijsbert, de zoon van Johannes den Besten. De handtekening van Gijsbert (kleinzoon van van Adam Jansz den Besten) getuigt van 'schoonheid' in relatie tot de handtekeningen van de getuigen op de geboorteakte van Adrianus. Waarschijnlijk werd er ten tijde van de ondertekening dezelfde ganzeveer of dooppen gebruikt. Gijsbert moet bovengemiddeld meer geschreven hebben (en dus hoger van 'stand' zijn geweest) dan de getuigen.

Ook valt op dat zowel de overlijdensakte van Gijsbert den Besten als de geboorteakte van Adrianus den Besten ondertekend zijn door dezelfde persoon, Pieter van der Stok, aannemer van rijkswerken te Nieuwpoort, schout van Nieuwpoort, 's-Graveland, Achterland, Peulwijk en Gelkenes ťn secretaris en burgemeester van Nieuwpoort, Groot-Ammers en Langerak (let op: in die tijd hadden die drie woonkernen dus een (1) burgemeester). Tussen de geboorte van Adrianus en Besten en het overlijden van Gijsbert zit 21 jaar, hetgeen goed te zien is aan de 'kwaliteit' van de handtekening van Pieter van der Stok. Hij zal na 1814 veel documenten getekend (moeten) hebben. Trouwens, burgemeester Pieter is met zijn 87 jaar voor die tijd erg oud geworden.

Samenvattend.
Het valt te verklaren waarom de naam Adam niet verder voorkomt in zijn eigen stamreeks. Hoogstwaarschijnlijk was of hij of 'zijn' zoon 'onecht'. 

Het is net als in de mores van de adel, wanneer iemand (met bovengemiddelde invloed of kennis omtrent 'hoe het werkte') een identiteit oplegt resp. een 'kind aanneemt', wordt daarmee de 'identiteit' van het 'kind' bepaald.

Hoogstwaarschijnlijk is er geen biologische relatie tussen van Adam en Johannes en derhalve ook niet naar Jan Willemsz de Best. Een 'juridische' lijn ligt meer in de rede.

Remco